Banjer

Banjer was pas vijf maanden oud. Hij was een vrolijke Berner Sennenpup die ons gezin elke dag verraste met zijn enthousiasme en knuffels.Toen zagen we een bultje op zijn rechteroor dat bleef bloeden en niet wilde genezen.

 

Een bultje dat niet wilde genezen

De dierenarts onderzocht het bultje en nam cellen af om ze te bekijken onder de microscoop. De uitslag kwam hard aan, Banjer had kanker. Een mastceltumor is een vorm van huidkanker die ontstaat uit mastcellen. Deze cellen spelen normaal een rol bij afweerreacties, maar kunnen soms ongecontroleerd gaan groeien. Sommige mastceltumoren zijn mild, andere agressiever.

Bij Banjer bleek het om een agressievere vorm te gaan, met kans op uitzaaiingen. Dat nieuws was enorm schrikken, zeker omdat hij nog zo jong was. We besloten samen met onze dierenarts Banjer door te verwijzen naar een specialist.

Foto Banjer 2

Doorverwijzing naar een specialist

In het Verwijscentrum in Dordrecht kreeg Banjer een uitgebreid onderzoek. Met een CT-scan en aanvullend onderzoek controleerden de dierenartsen of de kanker zich had verspreid. Zijn lever en milt bleken gelukkig schoon. Wel vonden ze in een lymfeklier enkele mastcellen. Dat wees op een heel vroeg stadium van verspreiding, maar gaf ook het gevoel dat we er op tijd bij waren.

 

Een tweede operatie

Omdat de tumor bij een eerste operatie niet ruim genoeg was verwijderd, adviseerden de specialisten een tweede operatie. Zij verwijderden het litteken opnieuw en haalden ook de betrokken lymfeklier weg. Toen we hoorden dat alle snijranden vrij waren van tumorcellen, voelden we grote opluchting. Banjer herstelde snel en liet al gauw weer zijn vrolijke zelf zien.

 

De keuze voor chemotherapie

Daarna stonden we voor een moeilijke keuze, wel of geen aanvullende behandeling. We vroegen ons af hoe Banjer zich zou voelen en wat chemotherapie met hem zou doen. Uiteindelijk besloten we ervoor te gaan, zolang zijn levenskwaliteit voorop bleef staan. Banjer kreeg acht chemokuren. Tijdens elke kuur hield het team hem goed in de gaten. Ze keken niet alleen naar zijn bloedwaarden, maar vooral naar hoe hij zich voelde. At hij goed? Had hij energie? Bleef hij spelen en contact zoeken?

De eerste bezoeken vond Banjer spannend. Nieuwe geuren, vreemde mensen en prikken maakten hem onrustig. Met rust, geduld en positieve aandacht werd het elke keer iets makkelijker.

Hoe gaat het nu?

Voor ons bleef één ding altijd leidend, Banjer moest zichzelf blijven. Zolang hij plezier had, bleef spelen en goed at, wisten we dat we de juiste keuzes maakten. Nu is Banjer een vrolijke puber en zien we tot nu toe geen tekenen dat de kanker is teruggekomen.